Genoeg gevloekt, tijd voor onderzoek!

6355351769_766503f534_nLorin Parys vloekt in de kerk. Vlaanderen moet een kennisregio worden, daar is hij het volmondig mee eens. Maar hij heeft problemen met het geld dat aan dit doel wordt gespendeerd. Het loon van doctorandi moet omlaag, en er zouden er beter wat minder starten. Harde kritiek, en gelukkig maar, want we mogen ons niet in slaap laten wiegen door inhoudsloze mantra’s. Maar zijn argumenten houden niet allemaal evenveel steek. Een kleine analyse.

Er wordt jaarlijks bijna 250 miljoen euro geïnvesteerd in onderzoek door doctorandi, aldus Parys. Dit vergelijkt hij met het prijskaartje voor de grote werven op onze autosnelwegen, dat de helft lager ligt. Wat het precieze verband is tussen hoger onderwijs en snelwegen ontgaat mij. Er gaat dubbel zoveel geld naar dringende herstellingen aan het treinnet in onze hoofdstad. Een nieuw ziekenhuis is 170 miljoen euro subsidie waard. Het lijkt mij wel erg simplistisch om het belang van verschillende projecten af te meten aan het budget dat eraan wordt toegekend. Als motor van de kenniseconomie die we willen, kan het doctoraatsonderzoek gerust zoveel waard zijn.

De lonen van Vlaamse doctorandi zijn volgens Lorin Parys te hoog, hoger dan de gemiddelde starterslonen die de profit en non-profit doorgaans betalen. Is dat abnormaal? Het is net de bedoeling om de meest kwalitatieve afstuderenden aan te trekken. Door een aantrekkelijk loon aan te bieden slagen de universiteiten erin intelligente studenten te strikken voor een doctoraat, wat ook nodig is. We willen immers vernieuwend en concurrentieel onderzoek, kwaliteitsvolle publicaties, en toponderzoekers voor onze kenniseconomie. Lagere lonen voor doctoraatsstudenten zou veel afstuderende universitairen al snel doen besluiten rechtstreeks naar de arbeidsmarkt te trekken (waar de lonen meestal ook sneller stijgen na enkele jaren anciënniteit). Zo riskeren we dat enkel de minder gemotiveerde studenten, die in de bedrijfswereld niet meteen aan de bak raken, een doctoraat beginnen als een ‘plan B’.

Het is juist, bedrijven smeken om wetenschappelijke, technologische en ingenieursprofielen. Al mogen we ook dat niet te sterk overdrijven in tijden van crisis. Maar dit relateren aan het feit dat deze richtingen driekwart van de doctoraten uitmaken, is wel erg kort door de bocht. Wereldwijd is er nu eenmaal meer onderzoek gaande in biochemische, farmaceutische, of ingenieursrichtingen dan in de ‘zachtere’ wetenschappen. Dit zorgt vanzelfsprekend voor een groter aandeel van dergelijke doctoraten. Maar om hieruit af te leiden dat universiteiten studenten ‘afsnoepen’ van de arbeidsmarkt, is een oorzakelijk verband zoeken waar er geen is. Trouwens, na hun doctoraat belandt meer dan 9 op 10 van de doctorandi alsnog in de bedrijfswereld, maar ditmaal met vier jaar of meer onderzoekservaring op zak.

Ook de netelige kwestie van de kwaliteit wordt door Parys aangehaald. Het is juist, het aantal professoren is de laatste decennia vrij stabiel gebleven. Maar het zijn niet alleen de professoren, maar in belangrijke mate ook de post-doctorale onderzoekers die de doctorandi moeten begeleiden. En het aantal van die laatste is wel fors toegenomen. Het is trouwens zeker niet zo dat bijna alle doctoraatsstudenten dromen van een carrière als prof. Integendeel, velen zien het als een bekroning van hun studie, en een eerste werkervaring die ze kunnen meenemen als ze later de arbeidsmarkt gaan verkennen. Dat is zeker voor de wetenschappelijke en ingenieursprofielen het geval. Dat alles neemt niet weg dat er inderdaad nog nood is aan extra professoren. Maar daar is veel geld voor nodig. Wacht even, wie was het nu weer die vond dat er teveel geld stroomde naar onderzoek aan onze universiteiten?

Wees tenslotte gerust, de meerderheid van de afgestudeerde doctorandi gaat zonder morren akkoord met de loonsverlaging die ze na hun doctoraat zullen moeten slikken, wanneer ze op de arbeidsmarkt terecht komen. Ze hebben immers geen andere keuze, en ze staan nog maar aan het begin van een veelbelovende carrière. Bovendien goochelt meneer Parys hier wat met cijfers: een afgestudeerde is gewoonlijk zo’n 23 of 24 jaar oud, een doctor zo’n 28 of 29. Voor een bedrijf is dit zeker geen onoverbrugbaar leeftijdsverschil.

Ter conclusie: er wordt veel geld geïnvesteerd in onze Vlaamse doctorandi, en gelukkig maar. Ze leveren hoogstaand en innovatief werk af, en worden hierom wereldwijd erkend en geprezen. Onze kenniseconomie draait op volle toeren, zelfs in tijden van crisis. Laten we daarom niet de geldkraan dichtdraaien, om over een jaar of tien te beseffen dat we enkel nog de middelmaat overhouden. Brain drain, iemand?

Feel free to share!
Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInShare on Tumblr
12 comments on “Genoeg gevloekt, tijd voor onderzoek!
  1. Het viel me ook op dat hij nergens vermeldt dat voor een doctoraatsstudent brutto = netto. Qua loonkost is een doctoraatsstudent nog altijd vrij goedkoop.

  2. Ik denk dat ze bij de NV-A Parys bewust de baan opsturen met telkens verkeerde analyses en vooral veel populistisch buikgevoel en ons dan allemaal laat bezig zijn met het weerleggen van cafépraat, om later weer beschuldigd te worden van “links” te zijn (als dat inhoudt ook intellectueel te zijn, mij prima).
    Niet de eerste keer (en ook niet de laatste me dunk) dat hij zo’n missers begaat in een poging om redenering te maken, niet gehinderd door enig gebrek aan visie.

  3. Ik denk dat er vooral een verschil moet gemaakt worden tussen de groep doctoraatsstudenten waar jij het over hebt Koen, en diegene waar Lorin Parys het over heeft.
    Hoeveel van de doctoraatsstudenten leveren op het einde van de rit een kwalitatief werk af? Ik ken er allesinds veel die vroegtijdig stoppen en het doctoraat enkel gebruiken als ‘verlenging van de studieperiode’. Ik denk net dat deze eruit moeten, zodat er meer middelen zijn voor de ‘echte’ en kwalitatieve onderzoekers

  4. @Ward: Was ik inderdaad vergeten vermelden, maar zou anders misschien toch maar een vestzak-broekzak operatie worden. Subsidies -> belastingen.

    @Koen: Dat kan, jammer dat die mensen vaak een podium krijgen in (kwaliteits)kranten, en niet de beleidsmensen en opiniemakers met het meeste kennis van zaken.

    @Willem: Helemaal akkoord, maar als dat hetgene is wat Lorin Parys wil zeggen, heeft hij toch een heel knullige argumentatie in elkaar gestoken, mijns inziens. Vooral zijn aanval op het teveel aan wetenschappelijke profielen bij doctoraten is erg naast de kwestie. En als hij kwaliteitsvolle doctoraatsstudenten wil, moeten die dan ook geen degelijk loon krijgen?

  5. Leuke post, Koen.

    Wat mij ook stoort aan zijn betoog: veel bedrijven kneden idd liever zelf iemand van 23 dan een PhD aan te trekken. Maar dat is net waar ze in de fout gaan. Alsof innovatie door gekneden gebeurt.

    Al zijn er ook pijnpunten die terecht aangeraakt worden. We zijn idd met (te) veel, zeker in de richtingen waar uitstroom naar de arbeidsmarkt moeilijker is. De reden is dat de overheid (en dus ook de univ) proffen overwegend op kwantiteit beoordeelt (veel meer dan in het buitenland) waardoor het hebben van veel medewerkers de beste manier is “to game the system”. De naive doctoraatsstudent (die het systeem op voorhand niet kent) is hiervan het slachtoffer.

  6. Wat de lonen en het aantal doctoraatsbeurzen betreft kan ik toch maar enkel akkoord gaan met Mr. Parys. Vroeger konden enkel de beste studenten aan een doctoraat beginnen. De weinigen die dat deden, konden ook makkelijker hun onderzoek verderzetten in een postdoc, en nadien in een permanent onderzoeksmandaat. Die mandaten zijn in de jaren ’90 afgeschaft. De continuiteit van het onderzoek kwam hiermee in het gedrang, gezien postdocs nu na enkele mandaten er hetzij de brui aan moeten geven óf het geluk moeten hebben dat ze toevallig kunnen ingezapt worden als prof.

    Tegenwoordig, o.a. via het IWT, kan iedere student die éénmaal een onderscheiding haalde in zijn/haar studentencarriëre aan een doctoraat beginnen. Met de quoteringen die de laatste jaren gemiddeld genomen gestegen zijn, ken ik haast geen studenten meer die niét aan dat criterium voldoen. Het hoge loon trekt ook dié studenten aan die het doctoraat zien als een goed betaalde 9-5 job… Verlaag het loon, en je krijgt enkel nog de kandidaten die oprecht geïnteresseerd zijn in het onderzoek. Ik denk dat dat de kwaliteit van het onderzoek alleen maar ten goede kan komen. Tegenwoordig kan je de straat leggen met doctoraatsstudenten, en de bedrijfswereld staat er heus niet om te springen (in tegendeel!). Een serieuze onderzoeker die kwaliteitswerk wil afleveren moet het tegenwoordig afleggen tegen gasten die beter in het bedrijfsleven passen (i.e. die het goed kunnen uitleggen en die voor het snellere, meer oppervlakkige werk gaan).
    Wat er nu gebeurt is dat de serieuze krachten, die wetenschapper wilden worden en die daar ook voor gemaakt waren, vroegtijdig uit het systeem gekegeld worden, terwijl anderen toevallig het geluk hebben van op de juiste plaats op het juiste moment te zijn en alzo soms al op hun 35e tot prof benoemd worden. Een scheve situatie, die wel degelijk een grondige discussie nodig heeft. Als je het mij vraagt, lijkt het mij meer dan OK om het aantal doctoraatsmandaten te verminderen, het loon te verlagen (1800 netto is schandalig veel voor een 9-5 job op die leeftijd), en die sommen geld te besteden aan het verlengen van de postdocmandaten (= meteen ook betere begeleiding voor de doctorandi). En dit los van enige politieke kleur.

  7. Leuk om de reactie van “Katrien” te lezen…

    “Een serieuze onderzoeker die kwaliteitswerk wil afleveren moet het tegenwoordig afleggen tegen gasten die beter in het bedrijfsleven passen (i.e. die het goed kunnen uitleggen en die voor het snellere, meer oppervlakkige werk gaan).”

    Ik hoop dat u dit niet echt meent, of denkt u dat alle biotech/pharma bedrijven hun onderzoek gestoeld is op het “snellere, meer oppervlakkige werk”? Dan hoop ik voor u dat u nooit een geneesmiddel nodig hebt dat door hen ontwikkeld en getest is!

    Met vriendelijke groet,
    een ex-doctorandus en post-doc die nu op dezelfde manier als toen innovatie en kennis brengt in de biotech/pharma industrie

  8. Ik denk er net als Katrien over. Een loon van rond de 1800€ is erg hoog voor een twintigjarige student. Mijn ervaring is ook dat erg veel studenten in een doctoraatstraject instromen zonder daar echt op hun plaats te zitten. Je mag ook niet vergeten dat je als 5 jaar op de Univ hebt rondegelopen, je erg veel in contact komt met doctorandi. Althans veel meer dan met het bedrijfsleven. Het behoort al snel tot de leefwereld van de student. Een doctoraat behoort zo al snel tot de opties, maar misschien eerder omdat er dan nog langer in dezelfde biotoop te leven zonder echt keuzes te hoeven maken. Het aantrekkelijk loon speelt een belangrijke rol. Echter, ondanks de hogere lonen heeft Belgie een hoger drop-off percentage dan omliggende landen. De PhD salarissen zijn in Nederland, Duitsland, UK ook beduidend lager. Nochtans zijn dat typisch kenniseconomie landen. Dat een hoog startsalaris een garantie is tot economisch succes lijkt me dan ook overroepen.
    Bovendien is een leertraject van vier jaar vaak ook tekort om tot baanbrekende innovatie te komen. Het zijn eerder de postdocs die onderzoekslijnen blijven runnen. Voor postdocs zijn de beurzen echter veel schaarser, en zijn vaak genoodzaakt om van tijdelijk naar tijdelijk contract te jobhoppen. Postdocers hebben, veel meer dan doctoraatstudenten, daarnaast nog een gezin te onderhouden. Het gebrek aan vaste jobs maakt de verleiding groot om ondanks vele jaren ervaring in onderzoek toch uit de wetenschap te stappen. Ik ben het er dus met Katrien en Mr Parys eens dat het gerust de moeite loont om de situatie van onderzoeksmandaten, zowel voor doctoraatstudenten als voor postdocs, eens grondig te evalueren.

  9. @Katrien en Jochem: in bepaalde studiedomeinen kan ik me inbeelden dat dit problemen geeft. Bij ons (de ingenieurs) is het startloon in de prive vergelijkbaar maar met bedrijfswagen, gsm, etc. en na enkele jaren is het verschil groot. Niemand zit hier voor de centen 😀

    Het loon laten varieren per faculteit (in lijn met wat de prive biedt) zou een oplossing zijn om “doctoreren voor de centen” te ontmoedigen maar lijkt me praktisch moeilijk haalbaar.

  10. Bedankt allen voor de interessante en kritische feedback!

    @Thomas: Er zijn inderdaad veel doctoraatsstudenten. Misschien hoeft het aantal doctoraten niet manu militari teruggeschroefd te worden, maar volstaat het de beoordeling meer kwalitatief dan kwantitatief te maken. Het kan zijn dat het aantal doctorandi dan afneemt, maar als de kwaliteit kan verhogen zonder een dergelijke afname zou dat nog beter zijn. Ik zou bovendien niet meteen kijken naar de uitstroom richting arbeidsmarkt. Als er een moeilijke uitstroom is, maar wel interessante onderzoekspistes beschikbaar zijn, is het niet noodzakelijk slecht dat er vrij veel doctorandi zijn. Dat geeft pas afgestudeerden de kans om in hun richting verder te groeien, terwijl ze anders misschien nergens aan de bak zouden geraken wegens niet gewenst op de arbeidsmarkt (ondanks hun kwaliteiten). Natuurlijk mag dat geen vrijbrief zijn voor studenten om te beginnen aan een richting met weinig toekomst, omdat ze toch nog altijd op een doctoraat kunnen terugvallen.

    @Katrien: Een interessante redenering, en je haalt inderdaad een paar pijnpunten aan. Maar ik kan toch niet helemaal akkoord gaan. Ik ben wellicht naïef, maar ik geloof sterk in het feit dat ‘kwaliteit boven drijft’. De posities voor professoren zijn dusdanig schaars dat enkel de meest gemotiveerden hiervoor in aanmerking komen. Er wordt immers een breed pakket in overweging genomen zoals buitenlandse ervaring, educatieve kwaliteiten, enz. Als iemand op zijn 35e al prof wordt, zal dat dus bijna altijd iemand zijn die sterk gemotiveerd is en al veel straffe resultaten heeft behaald tijdens zijn doctoraat en post-docperiode.

    Als je de kwaliteit wil verhogen, zou je mijns inziens veel beter de toelatingscriteria voor een doctoraat verhogen, dan het loon verlagen. Dat laatste heeft immers het averechtse effect dat de beste studenten rechtstreeks doorstromen naar de bedrijfswereld. De overblijvers zullen niet alleen de écht gemotiveerden zijn, maar ook zij die nergens anders terecht kunnen.

    Tenslotte nog even over de verloning: 1800 euro netto is niet weinig, maar zeker niet ‘schandalig veel’. Zoals Thomas aanhaalt, is dit zeker in onze richtingen (ingenieur) niet overdreven (helemaal niet als je ook de extralegale voordelen in rekening brengt). Bovendien stijgt het loon nauwelijks gedurende de vier tot zes jaar van het doctoraat. Er zullen er hier en daar tussenzitten die een doctoraat doen ‘voor het geld’, maar die moeten eruit gehaald worden door de kwaliteitsnormen te verhogen, zeker niet door het loon te verlagen!

    @Maté: Leuk om iets te horen van innovators in de bedrijfswereld! Ik hoop alleen dat de biotech/pharma geen uitzondering is. Bij vele andere bedrijven worden risico’s dikwijls geschuwd, en wordt er geen geld aan research besteed voor men zeker weet dat de uitkomst positief zal zijn. Als het te riskant wordt, vertrouwt men op de universiteiten (en de doctorandi aldaar, en hun subsidies) om het werk te doen.

    @Jochem: Dat ik 1800 euro voor een doctoraatsstudent niet bijzonder hoog vind, kon je hierboven al lezen. Misschien hangt dit inderdaad af van faculteit tot faculteit (maar wie durft het aan om doctorandi van verschillende faculteiten verschillend te verlonen?). Als het loon van doctorandi omlaag zou gaan, zou dat geld beter besteed worden aan research uitgevoerd door bedrijven. Dat komt immers hoe langer hoe meer onder druk te staan, zeker in tijden van besparingen en hoge loonkosten. En dan zou de kenniseconomie pas echt gevaar lopen.

    De situatie van post-docs is inderdaad moeilijk, en voer voor een interessante discussie. Ik zie eigenlijk niet meteen een uitweg. Enerzijds zijn er teveel post-docs voor het aantal beschikbare professorambten. Maar net daarom zou het ook vreemd zijn om hen een vast contract aan te bieden. Tenzij we (opnieuw?) naar een situatie gaan waarbij iemand levenslang universitair onderzoeker kan zijn, zonder professor te worden. Maar horen dergelijke mensen, met al wat jaren ervaring in onderzoek en begeleiding, niet beter thuis in de bedrijfswereld?

  11. @Koen: Lijkt me een vreemde redenatie om onderzoek van de univ naar de bedrijfswereld over the hevelen. Bedrijven doen R&D immers niet uit filantropie. Daar wordt hoogstens het bedrijf beter van. Het is juist de kracht van de univ om kennis te generen en te delen met de hele samenleving. Baanbrekend onderzoek wordt doorgaans niet in een bedrijf gedaan. Kijk de lijst van nobelwinnaars er maar eens op na.
    Aan de andere kant dienen doctoraatstudenten door een heel leertraject te gaan en kan je van hen de eerste jaren ook geen toponderzoek verwachten.
    Een strenge selectie voor gemotiveerde jonge onderzoekers, met lonen conform met omliggende langden, en mogelijkheden tot doorstroming als post-doc lijkt me het meest aangewezen om kwalitatief lange termijn onderzoek te garanderen.

  12. Koen,
    Ikzelf (een acedemicus u welbekend, maar met eerder coordinerende rol) ben akkoord met je mening. De PhDs zijn het voedsel van onze kenniseconomie en hierin beginnen ongebreideld snoeien is wel erg kort door de bocht (al heeft de NV-A hier hun voornaamste strategie van gemaakt, remember youtube). Maar we moeten dringend werk maken van een strategische visie die een kenniseconomie mogelijk maakt. De misvatting bestaat dat die er is, maar we zijn voornamelijk een maakeconomie. In een maakeconomie heb je niet veel aan een PhD (tenzij een in lean-manufacturing of Quality Assurance).

    Mijns inziens dien je hier te werken op 2 fronten, enerzijds dien je structuren te ondersteunen die translationeel onderzoek doen. Dit is wetenschappelijk onderzoek met een die net voor is op de industriele ontwikkeling, hierdoor levert je PhD een enorme meerwaarde op voor die industrie (zij het als ondernemer of als lid van een grote organisatie). Dit is een verhaal dat nu al sterk is verankerd in ICT en halfgeleiderwereld (een beetje ook in biotech). Maar hier zou het gros van de onderzoekers (al dan niet leidend tot een PhD) in moeten worden tewerk gesteld.

    De meest creatieve en inspirerende geesten (en zeker niet de studenten met de meeste punten zoals het adagium van het FWO luidt), moeten terecht kunnen in het disruptieve onderzoek. Gezien niet iedereen dit is, moeten we de selectie hier verstrengen en dus idd. het aantal plaatsen beperken gekoppeld aan een intelligente oplossing.

    Dus moeten we meer werken aan intelligente structuren die de basisvormen van een echte kenniseconomie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *