Jonge onderzoekers en publicatiedruk: gaan we er allemaal aan ten onder?

2337894094_bbafd434cd_oEr is de laatste dagen een intense discussie losgebarsten in de academische wereld. De oorzaak: de toenemende publicatiedruk, het ‘publish or perish’-fenomeen waardoor wetenschappers onder zware druk komen te staan om snel en veel te publiceren, omdat hun geloofwaardigheid, hun status en hun financiering ervan afhangt. Dit zou leiden tot overmatige stress, afname van de dienstverlening, minder aandacht voor onderwijs, en zelfs fraude. Maar is de situatie werkelijk zo dramatisch?

Ikzelf ben net bezig met het afronden van mijn doctoraat in de natuurkunde. Tijdens de voorbije vier jaar heb ik naar hartelust onderzoek kunnen voeren, zonder veel publicatiedruk te ervaren. Toch heb ik af en toe over mijn onderzoek een artikel geschreven, wat heeft geleid tot 5 publicaties. Daarnaast was er ook nog voldoende tijd voor lesopdrachten (practica, demonstraties,…) en zelfs dienstverlening (kinderuniversiteit, wetenschapsweek, schrijven van populair-wetenschappelijke artikels,…). Daarnaast heb ik me, dankzij de universiteit, kunnen bijscholen over vaardigheden noodzakelijk voor mijn toekomstige loopbaan (efficiëntie, communicatie, leiderschap, networking,…). Ik vraag me dan ook af of de werkelijkheid wel zo vreselijk is als recent wordt opgeworpen. Of is het werkelijk zo afhankelijk van het onderzoeksgebied?

Laten we even kijken naar de tekst bij de petitie ‘Actie Hervorming Hoger Onderwijs’, die ondertussen al bijna 4000 handtekeningen heeft verzameld:

“Vroeger waren publicaties een middel om over onderzoek te communiceren. Vandaag zijn ze een doel op zichzelf geworden. Onderzoekers worden geacht vooral zoveel mogelijk te publiceren, en het vergaren van nieuwe kennis en inzichten is op dit moment vaak niet meer dan een middel om publicaties te scoren. Deze obsessie met publicaties en kwantiteit staat de kerntaken van de universiteit in de weg. Voor hoogstaand onderzoek is tijd, durf en vertrouwen nodig. De resultaten ervan zijn onzeker, en publicatiemogelijkheden zijn vaak schaarser.”

Wacht even, zijn publicaties niet nog steeds een middel om over onderzoek te communiceren? Natuurlijk is voor hoogstaand onderzoek tijd en durf nodig. Daarom kan het ook vaak maanden of jaren, en vele herzieningen duren voor een bepaald onderzoek leidt tot een publicatie. En zelfs als er negatieve resultaten worden geboekt, kan hierover gepubliceerd worden, want ook dat helpt andere onderzoekers vooruit. Tenzij je misschien enkel op publicaties in Nature, Science of Cell mikt… Edit: Akkoord, de publiceerbaarheid van negatieve resultaten hangt sterk af van domein tot domein, in mijn persoonlijke ervaring is dat in de natuurkunde geen enkel probleem. Maar zou een toename in risicovol onderzoek op termijn ook niet kunnen leiden tot een toename in ‘publiceerbaar’ onderzoek? Meer over risicovol onderzoek in de blogpost van Thomas Demoor.

“De voortdurende druk om zo veel en snel mogelijk te publiceren zorgt er voor dat wetenschappers op zoek gaan naar beproefde recepten om makkelijke publicaties te scoren die goed in de publicatiemarkt liggen. In een aantal gevallen leidt het razendsnelle publicatieritme er zelfs toe dat onderzoekers ‘binnenwegen’ gaan nemen: resultaten worden minder grondig gecontroleerd, negatieve resultaten worden verdoezeld, er wordt aan data slicing gedaan en cijfers worden gemanipuleerd. In extreme gevallen leidt dit tot regelrechte fraude.”

Wacht even, dit is toch wel heel kort door de bocht, niet? Wordt hier nu beweerd dat onderzoekers zich niet meer bekommeren om de juistheid van hun onderzoek, maar om de snelle ‘publiceerbaarheid’ ervan? Dat heb ik toch nooit zo ervaren, en het zou nooit in mij opkomen om ook maar één meetresultaat te gaan vervalsen of aanpassen. Natuurlijk zullen er hier en daar steeds dergelijke gevallen plaatsgrijpen, en af en toe komen deze ook aan de oppervlakte (gelukkig maar!). In mijn eigen omgeving heb ik nooit gemerkt dat negatieve data worden genegeerd omdat ze niet ‘publiceerbaar’ zijn. Integendeel, dergelijke data leert ons dikwijls juist het meeste bij over ons onderzoek!

“De overdreven publicatiedruk tast niet enkel de kwaliteit van het academisch onderzoek aan, maar heeft evenzeer negatieve gevolgen op vlak van onderwijs en maatschappelijke dienstverlening. Onderzoekers worden ontmoedigd om er nog tijd en moeite aan te besteden. Nochtans zijn kennisoverdracht en maatschappelijk engagement wel degelijk twee van de drie kerntaken van de universiteit.”

Voor zover ik weet, wordt er nog steeds heel veel gedoceerd aan de Vlaamse universiteiten, en van zeer hoge kwaliteit. Daarnaast zijn er ook talloze initiatieven zoals lezingen, dagen van de wetenschap, kinderuniversiteit, wetenschapsweek, populair-wetenschappelijke artikels, academici op radio en televisie,… Wij academici worden hiertoe juist enorm aangemoedigd!

“De outputfinanciering op basis van aantallen publicaties en doctoraten is gepaard gegaan met een enorme toename van het aantal onderzoekers in precaire tijdelijke statuten. Op dit moment is het zo dat slechts 1 op de 13 gedoctoreerden uiteindelijk kans maakt op een permanente job aan de universiteit.”

Gelukkig maar, stel je voor dat alle doctoraatsstudenten aan de slag zouden blijven aan de universiteit! Binnen de kortste keren zitten we met een overdaad aan professoren en post-docs, en kampt de industrie en de privé-sector met een tekort aan hoogopgeleid personeel! Edit: dit probleem lijkt wel nijpender te zijn bij de humane wetenschappen, waar de uitstroommogelijkheden veel beperkter zijn voor gedoctoreerden. Maar dan blijft de vraag of meer mensen een permanente job aan de unief bieden dé oplossing is…

“Ten eerste vragen wij een grondige herziening van het Financieringsdecreet Hoger Onderwijs. Het aantal publicaties mag slechts in sterk verminderde mate doorwegen als criterium voor financiering. […] kwaliteit moet zwaarder doorwegen dan kwantiteit.”

Het is natuurlijk wel lastig om andere criteria te vinden die objectief zijn, en toch bijdragen aan de kwaliteit van het gevoerde onderzoek. Het aantal publicaties blijft één van de belangrijkste maatstaven voor de wetenschappelijke output van een instelling. Dat is al heel wat beter dan vroeger, toen netwerken en vriendjespolitiek nog veel meer dan nu bepaalden waar het geld naartoe vloeide. Er zijn nu eenmaal weinig alternatieven voor de ‘outputfinanciering’. De kwaliteit wordt trouwens al in rekening gebracht, door te kijken naar het belang (de ‘impactfactor’) van de tijdschriften waarin gepubliceerd wordt. Er kan natuurlijk over gediscussieerd en nagedacht worden, maar allemaal hebben ze mijns inziens belangrijke tekortkomingen.

“Ten derde vragen wij dat universiteiten en hogescholen werk maken van een degelijk loopbaanbeleid voor jonge onderzoekers […] Huidige initiatieven zoals doctoral schools en loopbaanondersteuning voor post-docs zijn een goed begin, maar kunnen niet slagen binnen de huidige context. Welke jonge onderzoeker wil zijn tijd steken in het verwerven van algemene vaardigheden, wanneer al die tijd nodig is om aan de nauwelijks haalbare publicatie-eisen te proberen voldoen?”

Om eerlijk te zijn, ik vind het huidig loopbaanbeleid sterk en van veel visie getuigen. Ik heb tijdens mijn doctoraat (ja, naast mijn onderzoek en onderwijstaken) de kans gekregen om verschillende opleidingen te volgen om mij voor te bereiden op mijn latere loopbaan: wetenschappelijke communicatie, project management, efficiëntie, leiderschap, networking,… . Helaas zie je in dergelijke opleidingen vaak onderzoekers die tegen hun zin de lessen volgen, enkel en alleen omdat ze daarmee studiepunten kunnen verdienen. Of ze worden afgeschrikt door de administratieve taken die erbij komen kijken. Er mag dus inderdaad wat meer aandacht naar dergelijke loopbaanbegeleiding, maar de fout ligt volgens mij zeker niet bij de universiteiten of de overheid, die hiervoor veel tijd en middelen vrijmaken. Trouwens, in verband met de ‘nauwelijks haalbare publicatie-eisen’: aan de faculteit Wetenschappen van de Universiteit Gent is de minimale hoeveelheid publicaties voor een geslaagd doctoraat vastgelegd op één. (over andere faculteiten/universiteiten heb ik geen cijfers, iemand?) Dat lijkt mij niet echt overdreven…

Het is uiteraard goed dat er wordt nagedacht over manieren om de werkdruk, de kwaliteit van het onderzoek en de loopbaanbegeleiding van jonge onderzoekers te verbeteren en te optimaliseren. Maar we moeten ook trots kunnen zijn op de reeds geleverde inspanningen, zowel van de overheid als van de universiteiten. De publicaties die door onze universiteiten worden geproduceerd, komen steevast terecht in hoogstaande vakbladen, en worden meerdere malen geciteerd. Ze getuigen van kwaliteit, gedrevenheid en innovatie. Daarnaast investeren onze onderzoekers ook veel tijd in onderwijs en dienstverlening, in internationale mobiliteit, en in interdisciplinaire samenwerking. Laten we daarom samen trots zijn op wat we kunnen, en onze kennis en vaardigheden inzetten om het aanzien van onze (‘zachte’ en ‘harde’) wetenschappers in de wereld tot een nóg hoger niveau te tillen!

(image by leeroy09481)

Feel free to share!
Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInShare on Tumblr
6 comments on “Jonge onderzoekers en publicatiedruk: gaan we er allemaal aan ten onder?
  1. Bijna volledig mee eens. Er ontbreken m.i. incentives voor risicovol onderzoek, dat meestal negatieve resultaten oplevert. Je haalt dit wel aan maar denk dat deze resultaten niet in alle domeinen even publiceerbaar zijn.

  2. Thomas, je hebt zeker gelijk. De publiceerbaarheid van negatieve resultaten verschilt erg van domein tot domein, alleszins meer dan ik eerst had ingeschat. Ik kijk even of ik de tekst wat kan updaten in die richting 🙂

  3. Bij ons is de publicatiedruk er toch wel. Snel een paper schrijven zonder al te veel (zinnige) data gebeurt zeker wel. Als het reviewproces goed werkt, zou dit geen probleem mogen zijn.

    Inderdaad ook meer nood aan ‘risicovol’ onderzoek.

  4. Interessant, welk onderzoeksdomein zit je? Ik krijg ook wel eens papers te reviewen waar weinig zinnigs in staat (vooral uit Oosterse landen…), en probeer dan streng maar rechtvaardig te zijn. Maar aan het reviewproces kan inderdaad nog heel wat verbeteren!

  5. This article is on 17 spot in google’s search results, if you want more traffic, you
    should build more backlinks to your articles, there is one trick to get
    free, hidden backlinks from authority forums, search on youtube:
    how to get hidden backlinks from forums

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *